• 27NOV
    De aanloop naar A.S.C. Olympia

    De aanloop naar A.S.C. Olympia

    Hoera! A.S.C. Olympia – de oudste wielervereniging van Nederland – is jarig!

    Vandaag vieren we onze 117e verjaardag! Lees hieronder wat er zo’n 120 jaar geleden allemaal is gebeurd, net voordat A.S.C. Olympia werd opgericht …

    Amsterdam aan het einde van de 19e eeuw

    Het stadsbeeld kenmerkte zich door sloppenwijken, kelderwoningen, hoge fabrieksschoorstenen en ‘de kroeg’, waar een groot deel van de arbeidende Amsterdammers ontspanning zocht na een werkweek van 70 tot 80 uur. Sport als middel om te ontspannen en vorming was bij de massa nagenoeg onbekend. Sport was in zijn – toen nog beperkte verschijningsvormen – òf iets buitenissigs en daarom voorbehouden aan de beter gesitueerden, òf een dwaze bevlieging die maar kort kon duren omdat degenen die ermee behept waren, onvermijdelijk een vroege dood zouden sterven veroorzaakt door hartkwalen in alle mogelijke naargeestige variaties.

    De verheffing van de arbeidende stand door middel van werktijdverkorting, hogere lonen, betere woningen en afschaffing van de kinderarbeid, voltrok zich uiteindelijk ook doormiddel van de sport. De wielersport in de jaren vóór oprichting van A.S.C. Olympia was een sport die was voorbehouden aan de welgestelden.

    De Amsterdamse Wielerbaan

    Op 22 juni 1895 werd op het Museumplein een nieuwe en moderne houten baan geopend op de plaats van de voormalige paardenrenbaan. In navolging van de baan in Parijs werd de baan bolvormig gebouwd en waren de bochten opgehoogd naar 2.60 meter. Deze nieuwe baan had een lengte van 400 meter en was 5 meter breed. De onderlaag bestond uit grof puin waarover een laag fijn puin, een laag ‘bries’ (lamingsch mengsel) en een laag kolenas werd aangebracht. De lagen werden afzonderlijk gesproeid, waarna de lagen werden gestampt en gerold.

    Op de openingsdag zag het in grote getale aanwezige publiek vanaf de propvolle ‘rangen’ Jaap Eden (nota bene de wereldkampioen schaatsen) met overmacht de wedstrijd over 10 kilometer winnen. Ook op de andere onderdelen bleek Jaap Eden – een all-round topsporter – oppermachtig.

    historie-jaap-eden-baan

    Amsterdam had in 1895 de eerste houten baan van Nederland., gebouwd op het terrein van de Wereldtentoonstelling op het Museumplein. Echter, de baan werd het jaar erop verplaatst naar het Willemspark. Deze fraaie Willemsparkbaan beschikte over een overdekte tribune en een restaurant. Door de Decemberstormen in 1898 werd een groot deel van de overkapping weggerukt en in het najaar van 1901 werd de baan grotendeels verplaatst naar de Zeeburgerdijk, waar A.S.C. Olympia in 1902 de clubkampioenschappen organiseerde.

    Dé baan vóór 1900 was echter in hoofdzaak die in Baarn.

    De oprichtingsjaren

    Amsterdam kende in die tijd negen verschillende wielerclubs:

    • Amsterdamse Velocipède Club
    • Amsterdamse Wielrenclub ‘De Ster’
    • Velocipèdeclub ‘Amsterdamse Juniores’
    • De Trekvogels 1886
    • A.W.V. ‘Voorwaarts’
    • De Sperwer
    • A.V.C. ‘Quick’
    • A.W.C. ‘Achilles’
    • A.V.C. ‘Eendracht’

    De andere clubs uit die periode waren

    • Amsterdamse Atletische Club ‘De Bataaf’
    • Poseidon
    • De Vrije Trappers
    • D.O.S. – Door Oefening Sterk

    De wielervereniging D.O.S. werd opgericht door H.N. van Schoonhoven, de latere eerste voorzitter van A.S.C Olympia. D.O.S. reed haar wedstrijden voornamelijk in de Beemster, met Café De Tuinbouw als plaats van frequente bijeenkomst.

    In de beginperiode leverde de naijver onder de verenigingen weinig positiefs op; de sportverenigingen werden door het publiek niet hoog geacht. Verschillende personen als kasteleins gingen wedstrijden uitschrijven en de wanorde die toen in de wielersport bestond, gevoegd bij het gevaar dat deze slecht georganiseerde wedstrijden voor het verkeer opleverden, waren er de oorzaak van dat het vrijelijk uitschrijven van wedstrijden door de Motor- en Rijwiel Wet verboden werd.

    Uit Amerika – waar de League of American Wheelmen – de ‘ruling body’ van de wielersport was, kwam het eerst het voorstel om de renners van de toeristen te scheiden en voor hen een afzonderlijke bond te stichten. Men had in Amerika in die dagen twee categorieën amateurrenners: een A en een B klasse. Die professionals werden evenals in Nederland nog niet erkend, maar steeds werd de B-klasse hevig aangevallen, omdat dit feitelijk verkapte professionele renners waren. Het wielerorgaan in Amerika – de ‘American Wheelmen -pleitte voorts voor één wereldkampioenschap, amateur- of profrenner.

    De Algemene Nederlandse Wielrijders Bond scheidt zich in 1898 af van het renwezen. Na een stormachtige periode van veel bestuurlijke wrijving, wordt de Nederlandse Wieler Bond opgericht. Deze splitsing betekende dat de wielrensport veel aan prestige verloor; voorzitter F.W.H. Emons dacht te kunnen concurreren met de in die tijd machtige A.N.W.B.

    Wielrennen in historisch perspectief

    Door het individuele karakter van ‘het snelrijden’ groeide de zucht naar onderlinge wedijver in de vorm van wedstrijden. Aanvankelijk waren deze nog primitief, maar werden naarmate het rijwiel zich er beter toe leende,  dankzij voortdurend aangebrachte verbeteringen, belangrijker. Zij namen weldra een zodanige vorm aan, dat de wielerwedstrijden zich in de populariteit van het volk mochten gaan verheugen. Het animerende van deze wedstrijden toonde zich eerst recht, toen ze op speciaal daarvoor ingerichte wielerbanen werden gehouden.

    Hier kwam pas in het stadium van het echte wielrennen in zijn vorm, zoals we die nu kennen. Verschillende personen blonken weldra uit boven vele anderen en naarmate de snelheid groter werd, groeide ook de belangstelling van het publiek. De wielrenners die echter hun sportliefde ook graag zo voordelig mogelijk wilden handhaven, zagen er geleidelijk het nut van in, niet langer individueel het wielrennen te beoefenen en richtten onderlinge verengingen op. Eén van de eerste Amsterdamse organisaties in deze vorm was de vereniging D.O.S.

    Daar deze vereniging, ondanks de vele wedstrijden die in de omgeving van Ilpendam werden verreden, organisatorisch weinig waarde had, deed zich de behoefte gevoelen aan een betere. Aldus werd A.S.C. Olympia opgericht op 27 november 1898.

    A.S.C. Olympia

    A.S.C. Olympia werd opgericht op zondag 27 november 1898 in Hotel ‘Meester’ aan de Amsterdamse Prins Hendrikkade 40. Initiatiefnemer en oprichter was H.N. van Schoonhoven. Van Schoonhoven werd ook de eerste voorzitter van A.S.C. Olympia. De heren C. Kok en S. Wehrle werden respectievelijk secretaris en penningmeester.

    hotel-w-meester-enhanced

    Hotel Meester genoot een uitstekende reputatie; behalve het hotel was het ook café-restaurant. In de zijzaal aan de rechterkant van het hotel stonden twee prachtige Wilhelmina biljarttafels. Achter het café was een ruimte vergaderzaal. Hotel Meester bleek een ideaal clubhuis, dat 1923 moest wijken voor het zich uitbreidende Hotel Victoria. Bij de oprichting van A.S.C. Olympia traden meteen veertig leden toe en in de maand daarna sloten zich nog eens tien nieuwe leden aan bij Wielervereniging A.S.C. Olympia.

    Gedurende de wintermaanden hield men op woensdagavond een vergadering. Na afloop van deze vergaderingen was het zogenaamde ‘potspel’ op het biljart de meeste geliefde verpozing. Hometrainers bestonden toen nog niet en aan festiviteiten dacht met nog niet in deze periode van gaslicht.

    In 1899 – tijdens het éénjarig bestaan van A.S.C. Olympia – werd voorzitter Van Schoonhoven clubkampioen – vóór Herderschee – tijdens een wedstrijd bij Sloterdijk. Voorzitter en clubkampioen; het ligt voor de hand dat deze combinatie aanleiding was dat Van Schoonhoven in 1900 werd weggestemd als voorzitter en daardoor (?) A.S.C. Olympia verliet.

    Vind je dit soort dingen leuk om te lezen? Deze tekst is voornamelijk overgenomen uit het jubileumboek ‘A.S.C. Olympia 100 jaar’. Heb je zelf leuke en/of mooie verhalen over A.S.C. Olympia? Laat het ons alsjeblief weten; wij willen ze graag publiceren!

    Reacties