Je kent dat wel, zo’n man die vooraf grappend vraagt: “En Carolien? Ga je winnen?” Ik zeg vol overtuiging: “JA!” Ik weet namelijk dat als het een sprint wordt, dat ik kan winnen. Dit jaar werd voor het eerst ook voor vrouwen masters, een NK op de weg georganiseerd. Ook al ben ik geen wegwielrenner, toch deed ik mee.

Ik rijd nu 2 jaar baanwedstrijden bij de masters (EK, WK en Masters Games) en ik merk dat het wielrennen in de categorie Masters in Nederland nog niet zo leeft. In landen als Italië, Groot Brittannië, Australië en Nieuw Zeeland is het een serieus genomen categorie en dat merk je ook als je naar kampioenschappen gaat. Er wordt serieus hard gereden en getraind en de organisatie van wedstrijden is zeer professioneel.

Ik deed dus mee om dit initiatief in Nederland te ondersteunen – want geen race zonder renners – én natuurlijk om te winnen; ik ben tenslotte een competitieve sporter.

Simpele tactiek

Mijn tactiek was vrij simpel: veilig en goed ‘in het wiel’ rijden om energie te sparen, goed drinken, mijn plan hoe en waar positie te kiezen uitwerken en testen tijdens de lange rit naar de sprint. Én de overtuiging hebben dat er niemand is die zo hard kan sprinten als ik. Ik herinner mij mijn eindsprint op de Masters Games vorig jaar in Turijn nog heel goed; rij niet met mij naar de sprint.

Het parcours van de Nedereindseberg heeft een ‘berg’, maar omdat we daar steeds met veel vaart aankwamen en die ‘berg’ niet echt hoog is, verteerde ik dat steeds gemakkelijk. Even kort veel vermogen leveren is waar ik dagelijks op train. Dat is mijn specialiteit. Wel was het zaak om aan de juiste kant de klim op te gaan, om te voorkomen plekken te verliezen. Erg belangrijk voor de laatste ronden.

In de kopgroep

Wegkomen ging door de wind erg slecht, maar toch ontstond er na een tijdje een groepje. De groep was nog binnen schootsafstand, maar er zaten sterke rensters in en toen het gat te groot werd, kon ik ze toch niet weg laten rijden. Anneke (later de winnaar bij de 50+) dacht er net zo over en waagde de sprong. Ik kon mooi mee in haar wiel; zij reed het eerste stuk dicht. Daarna kon ik in een lange ruk de rest van de achterstand goedmaken.

Daar zat ik dan: in de kopgroep. Niet ideaal, want ik zit liever in het peloton. Ik werkte dus ook niet mee om weg te blijven. Gelukkig zag ik na een goede ronde het peloton weer aansluiten. Dat was meteen ook het einde van alle uitval- en aanvalspogingen.

Achter mij hoorde ik twee meiden overleggen over hoe ze dit nou toch moesten aanpakken. Heel hard gas geven bedachten ze. Een van de twee reed zo hard als ze kon in de drie-na- laatste ronde de klim op. Ik reed gemakkelijk in haar wiel. Te laat, want dit hadden ze ronde na ronde moeten doen, dan draai je een sprinter wel de nek om.

Sprint

Het werd dus een sprint. Ik reed een goede bocht, zat op de goede plek en toen ik op kop kwam, begon ik behoorlijk vroeg de sprint. Ik wilde niet het risico nemen om ingesloten te raken en sprintte wind-technisch gezien niet ideaal. De sprint zelf ging – na anderhalf uur in het zadel – niet zo heel goed, maar ik kwam wel als eerste over de streep 😊

En nu? Mijn agenda:

Na een trainingskamp in Polen met de Noorse baanploeg, een baanwedstrijd in Amsterdam en als coach aan de slag te zijn geweest op het EK junioren onder 23, staan nu het Europese- en Wereldkampioenschap Masters op de baan met stip in mijn agenda.

ASC Olympia: #samensneller

Overigens werd Olympiaan Nils van ’t Hoenderdaal Europees Kampioen op de Team Sprint U23!

Het Europees Kampioenschap Masters is dit jaar van 3 t/m 7 september in Alkmaar (www.bristowevents.co.uk). Het Wereld Kampioenschap Masters is begin oktober in Manchester. Die laatste is voor mij dé wedstrijd waar het om draait.