Onderstaand bericht over de geschiedenis van het Velodrome Amsterdam – en dan vooral van de overkapping – werd geschreven door Johan Woldendorp. Het werd gepubliceerd in Trouw van 9 december 1997. Omdat de dag daarvoor de eerste paal voor de overkapping van het Velodrome in de grond werd geslagen. Op 8 december 1997. Precies 20 jaar geleden 🙂

Stichting Overkapping Wielerbaan

De 75-jarige Henk Faanhof heeft er acht jaar op moeten wachten voordat de eerste paal voor het overdekte wielerbaantje in de Amsterdamse wijk Sloten in de grond kon worden geslagen.

ASC Olympia - Eindelijk een dak op het Velodrome Amsterdam - Henk Faanhof

In 1989 was de oud-wielrenner die veertig jaar daarvoor wereldkampioen op de weg werd één van de oprichters van de Stichting Overkapping Wielerbaan. Er zijn sindsdien legio dikke rapporten geschreven, waar potentiële geldschieters geen warm gevoel bij kregen. Een veel simpeler haalbaarheidsonderzoek van een professioneel bureau deed uiteindelijk wonderen.

Het is lastig om partners te vinden, als je ideeën niet serieus worden genomen”.

Velodrome Amsterdam: een miljoenenproject

De financiering is op een paar ton na rond maar tijd om de ontbrekende sponsors voor het 6,1 miljoen vergende project te werven was er even niet. De concessie van de vroegere Amsterdamse wethouder Frank de Grave liep op 1 december af. Was er voor die datum geen zichtbare bouwactiviteit ontplooid dan had de gemeente het recht de subsidieguldens in iets anders te investeren. Per saldo levert naast de hoofdstad (1,5 miljoen) ook het stadsdeel Slotervaart-Overtoomse Veld met driekwart miljoen een aanzienlijke bijdrage. De donatie van 25 mille die de KNWU voor haar nationale trainingscentrum – want dat wordt het grotendeels – steekt daar nogal schril bij af.

Lees ook:
Amsterdamse Baan Competitie: laagdrempelig en gevarieerd

Na het heien van de eerste paal voor het Velodrome Amsterdam en het klinken met glazen champagne kreeg te midden van het feestgedruis ook de frustratie de vrije loop. Want zo’n olifantsdracht van bijna negen jaar is uiteraard een verhaal op zich. Om de plannen tot een overkapping van de 200-meter baan in Sloten werd steeds meewariger gelachen. “We kregen natuurlijk steeds meer de wind tegen”, vertelt Jan Tilmans van het bureau dat eindelijk de stoot tot de realisatie van het plan kon geven. “Het wordt nu eenmaal lastig om partners te vinden, als de ideeĂ«n niet serieus worden genomen”.

Gemiste kansen

Het is dan ook het verhaal van gemiste kansen die misschien heel moeizaam goedgemaakt had kunnen worden. Sloten was aanvankelijk, kort na de oorlog, de thuisbaan van iedere wielerclub in Amsterdam. Maar al vrij snel moest ASC Olympia als de enige de kosten voor de accommodatie opbrengen. Van de geplande wedstrijden kon doorgaans slechts een derde daadwerkelijk plaatsvinden, zodat de roep om (gedeeltelijke) overkapping al snel klonk. De half overdekte piste in Alkmaar was het lichtende voorbeeld, maar Faanhof – van 1969 tot 1987 voorzitter van Olympia – ontdekte dat de wind en de regen meer dan eens over de baan blies. Derhalve bleef het bouwen van een heus ‘sportpaleis’ als alternatief over.

“Voor grote wedstrijden zal het Velodrome Amsterdam nooit geschikt zijn. Dan heb je het over een project van honderd miljoen gulden.”

ASC Olympia - Eindelijk een dak op het Velodrome Amsterdam

Medestander

“We begonnen de onderhandelingen met de gemeente in een slechte periode”, kijkt Faanhof terug. “De toenmalige wethouder Genet zat helemaal vol van de Arena. Wij balanceerden voortdurend boven en onder de rode streep. Er onder betekende dat er geen geld vrijgemaakt werd, er boven dat je op de lijst van uit te voeren projecten stond. Maar iedere keer was er weer iets meer urgenter. Toen de deelraden kwamen moesten we in feite weer opnieuw beginnen. Die mensen wisten van niets. Later werden ze enthousiast. In de Amsterdamse raad vonden we één medestander, Frank de Grave. Die zegde in 1995 een subsidie van 1,5 miljoen toe.”

ASC Olympia - Eindelijk een dak op het Velodrome Amsterdam - Frank de Grave

“Frank de Grave zegde in 1995 een subsidie van 1,5 miljoen toe.”

Er werd gistermiddag veel gedagdroomd op het middenterrein van de knusse piste. Door Harry Mater, organisator van de jaarlijkse dernykoers in Amsterdam en erkend liefhebber van het baanfietsen. Hij was de vorige week in ZĂĽrich, bij de slotavond van de zesdaagse en zag hoe twintigduizend mensen zich een hele avond en nacht geen moment verveelden. Sinds het verdwijnen van de Rotterdamse ‘Six’, zo’n tien jaar geleden, is het laatste restje van de baancultuur in Nederland verdwenen. De KNWU was blij met de medailles van Ingrid Haringa op WK’s en Olympische Spelen, maar stemde haar beleid af op toevalstreffers.

Geen zes miljoen, maar honderd miljoen

“Voor grote wedstrijden zal het nieuwe Velodrome Amsterdam nooit geschikt zijn”, zegt Faanhof. “Dan praat je niet over een project van zes miljoen, maar honderd miljoen. In Parijs is het sportpaleis Bercy speciaal voor wielrennen gebouwd. Maar er wordt geen zesdaagse gehouden. Dat kan ook niet. De huur van een baan kost Ă©Ă©n miljoen francs per dag. Je hebt die faciliteiten tien dagen nodig, dus reken maar uit. Daar komen nog de gages voor de renners bij. Al met al moet je op zo’n evenement minstens vier miljoen gulden terug verdienen.”

Tilmans memoreert wat er met de Amsterdamse Arena is misgegaan, als sportaccommodatie wel te verstaan. Hij was er directeur in de bouwfase, maar kwam net die miljoenen tekort om er ook een atletiekbaan en een wielerpiste in aan te leggen. “Ajax was er op tegen, maar als ik het geld had gehad, was het wel gebeurd. Nu zit er een directeur die muziek belangrijker vindt. Er heerst hier een gebrek aan sportcultuur. Staatssecretaris Terpstra heeft wel een grote mond over de sport, maar ze zou moeten zeggen: ‘Hup, hier heb je twintig miljoen en ga maar bouwen.’ Het is een gevecht dat je jaren kunt leveren, maar nooit zult winnen.” Tilmans verwijt ook de KNWU laksheid. “Die moet bij VWS subsidie aanvragen op grond van een accommodatieplan. Ze hebben een paar lijntjes getrokken en dat naar VWS gestuurd. Daar zit geen visie achter.”

Lees ook:
Vrouwenwielrennen in het Velodrome

Vice-voorzitter Zevenbergen van de wielrenunie denkt daar wezenlijk anders over. “Men had gehoopt een wielerbaan te kunnen bouwen die van de UCI de A-status zou krijgen, maar dat zit er niet in. Het is geschikt als nationaal trainingscentrum, zodat men aanspraak kan maken op de subsidieregels die daarvoor gelden.” Baancoach Erik Geserick is daarom oprecht blij met de vele extra trainingsfaciliteiten die hij in de schoot geworpen krijgt. “We zijn straks ontwikkelingsland af.”