Meer toepasselijk kan onze rubriek ‘In het wiel van …’ niet worden: voor deze editie spraken we met Olympiaan Bruno Walrave. Bruno werd maar liefst 15 (!) keer Wereldkampioen Stayeren en wist 6 maal de Europese titel te behalen als ‘gangmaker op de grote motoren’. We spreken Bruno Walrave (80) op een mooie nazomerdag, bij hem thuis in Loenen aan de Vecht.

 

ASC Olympia - In het wiel van Bruno Walrave

De eerste vraag is altijd: “Hoe bent u bij het wielrennen betrokken geraakt?”

Ik ben geboren naast het Olympisch Stadion in de Stadionstraat en het stadion was mijn speelterrein. Dus zo ben ik in contact gekomen met de wielersport.

En heeft u zelf ook gefietst?

Nee, ik denk dat ik een van de weinige leden van ASC Olympia ben, die nooit op de fiets in wedstrijd verband heeft gereden. Maar ik heb wel mijn rondjes gefietst, hoor.

Gangmaker

Je wordt niet zómaar gangmaker. Hoe is dat zo gekomen?

Die motoren fascineerden me, dus daar wilde ik meer van weten. Ik was 16-17 jaar oud toen ik voor het eerst op de motor stapte. Mijn eerste licentie kreeg ik toen ik 17 was. In het begin zoek je zelf iemand en toen ik eenmaal een bepaald niveau had, kwamen ze naar mij toe.

Was er dan sprake van een vast koppel?

Er waren verschillende mogelijkheden; je kon door een renner worden gevraagd of je werd gecontracteerd door een wielerbaan en zij wezen dan een renner aan. Soms werd je benaderd door de wielerbond of door een team om met een renner te rijden. Er waren verschillende constructies.

ASC Olympia - In het wiel van Bruno Walrave
Nationaal Kampioenschap Prof Stayers in het Olympisch Stadion in Amsterdam. Nico Been met gangmaker Bruno Walraven. 1 augustus 1973 (Foto: Nationaal Archief)

Hoe ging dat met het tempo tijdens een race, gaf ú aan hoe hard het ging of deed de renner dat?

De ene keer bepaalt de renner de wedstrijd en een andere keer de gangmaker. Dat hangt af van het soort renner.

Hoor je elkaar wel goed tijdens zo’n wedstrijd?

Jawel hoor. Als het lastig wordt, roept hij: “Ho!”. En dan moet je zelf een keuze maken: ga ik daarin mee of niet. Want de ene roept al “Ho” als hij nog tien trappen geven kan en de ander zegt het als hij helemaal kapot is.

Dus het is ook wel kwestie van regie?

Ja, je moet het in schatten. Met de één kun je iets minder voorzichtig zijn, dan met de ander.

Kende u die renners van tevoren?

Ik heb me wel altijd proberen te verdiepen in de renners waar ik mee reed, want dat is de helft van het vak.

Ik denk dat ik een van de weinige Olympianen ben, die nooit op de fiets een wedstrijd heeft gereden.

U heeft heel wat wereldtitels behaald …

Je had vroeger zomerbanen en winterbanen. Tegenwoordig is dat onderscheid een beetje verdwenen, maar destijds was er een zomerseizoen, waarin we op open banen reden. Vanaf eind september ging je op winterbanen rijden; bijvoorbeeld op Sloten.

ASC Olympia: #samensneller
ASC Olympia - In het wiel van Bruno Walrave
Bruno staat naast enkele van zijn wereldkampioenschapsborden die hij tijdens zijn indrukwekkende carrière mocht winnen.

 

Al jaren lid van ASC Olympia

U reed onder de vlag van ASC Olympia. Kunt u zich nog herinneren dat u lid werd?

Dan moet ik heel ver terug gaan … mijn eerste licentie was een helpers-licentie. Vroeger kreeg je – als je lid was van een wielervereniging – korting op een licentie. Mijn eerste lidmaatschap van ASC Olympia was eigenlijk om mijn licentie goedkoop te krijgen 😄

Zit Olympia ook in uw bloed?

Ik woonde in de Herculesstraat. In die buurt woonden ook Frits Wiersma en Bram Koopmans; allemaal Olympia coryfeeën. Dus het ging vanzelf!

Er waren toen wel veel wielerverenigingen in de stad waar je uit kon kiezen, hè?

Ja. En daar zijn er nog maar een paar van over. Maar dat is niet alleen het geval met wielrennen, dat geldt voor alle verenigingen. Veel hebben een zieltogend bestaan. Het hangt van je bestuur af; als je bestuur het goed doet, gaat het met de vereniging goed. Laat het bestuur het sloffen dan gaat de vereniging ter ziele.

Veel renners willen gewoon een rondje rijden op zondag en geen verplichtingen meer aangaan. Dat is één van onze problemen.

Bij Olympia gaat dat best goed. Maar er zijn altijd mensen nodig die er energie in willen steken.

Die mensen zijn moeilijk te vinden. Ik ben heel lang bestuurder geweest bij de beroepsrennersbond en daar hadden we dat ook. Je kunt wel iemand vinden voor iets, maar als het om bijvoorbeeld een maandelijkse werkbespreking gaat, dan wordt het al een moeilijk verhaal. Mensen wil zich niet meer binden in een patroon.

De maatschappij is veranderd. Vroeger waren er straatraces waar mensen rijen dik naar kwamen kijken.

Ja, in Noord-Holland had je 3 criteriums, die alle drie vol waren qua aanmeldingen. Nu heb je – als je geluk hebt – één criterium en dan moet je de hele dag aan de telefoon zitten om een beetje veld te hebben.

De huldiging van de ‘Stayeren voor Profs’ – v.l.n.r. Wilfried Peffgen (2e), half zichtbaar Noppie Koch, Martin Venix (1e), Cees Stam (3e) en gangmaker Bruno Walraven. 2 sept 1979 (Foto: Nationaal Archief)

Hoewel de sport wel weer populair wordt door de successen van grote renners …

Als je kijkt hoeveel mensen het wielrennen beoefenen, zijn dat er veel meer dan er vroeger ooit geweest zijn. Maar renners willen niet meer in wedstrijdverband rijden en zich niet meer binden. Veel renners willen gewoon een rondje rijden op zondag en niet drie weken van tevoren inschrijven. Ze willen geen verplichtingen meer aangaan. Dat is één van onze problemen.

De vereniging is nu weer aan opbouwen, merkt u dat ook?

Jazeker, ik kom Milko Siemons natuurlijk regelmatig tegen. En je merkt dat er enthousiasme is onder de leden.

Heeft u nu nog het eigen bedrijf?

Nee, niet meer. Toen ik als gangmaker werkte, heb ik dat in een eigen bedrijfsvorm gedaan om een aantal fiscale redenen. Ik denk dat ik op het eind een van de weinigen was die ervan kon leven, want veel gangmakers waren veredelde amateurs.

Had u ook nog een andere opleiding?

Ik kom oorspronkelijk uit de autobranche, daar heb ik voor geleerd; patroons diploma, middenstandsdiploma. Ik wilde eigenlijk een garagebedrijf beginnen, maar daar ben ik nooit aan toe gekomen. Dit kwam op m’n pad en dit vond ik ook een goede keuze.

Zeker om dat u zo succesvol was natuurlijk! Ik heb uw vrouw ook al even gesproken, hebben jullie kinderen gekregen?

Ja, wij hebben heb een zoon. Hij zit ook wel eens op de fiets en hij werkt voor de KNWU als jurist. Ik vind het wel heel leuk – als ik soms om een hoekje of over zijn schouder kijk – om te zien dat hij toch betrokken is bij de wielerwereld.

Volgt u de grote rondes als de Tour de France en de Giro d’Italia?

Jazeker, die volg ik wel.

Heeft u al gehoord dat Tom Dumoulin naar Jumbo-Visma komt?

Of dat goed is, weet ik niet (HAHA). Maar ik heb het wielrennen altijd gevolgd. Ik heb 19 jaar voor de disciplinaire commissie van de UCI gewerkt. Op een gegeven moment krijg je een zaak op je bord en dan is het belangrijk dat je weet wat er speelt en dat je weet waar het overgaat. Want anders loop je vijf slagen achter en dat is niet de bedoeling.

UCI krijgt ook heel wat op z’n bord met de schonesport.

Dat hangt ook van de mensen zelf af. Ik wil niet zeggen dat de UCI altijd briljant is, maar ze doen hun best!

Het is in ieder geval een organisatie die de sport vooruit wil helpen.

Het is vaak meer politiek dan sport, dat bedreven wordt.

WPGA biedt jonge renners de mogelijkheid om in groepsverband ook moeilijke wedstrijden te rijden. Dat is voor je opleiding heel belangrijk.

ASC Olympia - 120 jaar Nachtwacht

Wielertalenten

Bij Olympia is nu een leuke club jonge renners die wedstrijden rijden met mooie uitslagen.

En dan moet je ze voor de vereniging houden, want dan wordt er aan ze getrokken. Ik zie het ook bij René Kos, de ploegleider van WPGA: op het moment dat zich een talent openbaart, zijn ze vaak weg.

Die wereld ken ik niet zo goed hoor …

Zo gaat het: een wielerploeg steekt ergens tijd en moeite in en als ze een bepaald niveau hebben, zijn ze weg. In de voetbalwereld is er met transfergelden een kostencompensatie voor gevonden. Maar bij het wielrennen is dat tot nu toe nog niet het geval. Je steekt ergens tijd en moeite in en dan nemen ze op een gegeven moment afscheid, omdat ze bij de buurman €100 in de week kunnen krijgen.

De WPGA timmert ook goed aan de weg.

Jazeker. WPGA biedt jonge renners iets, ze hoeven niet alleen criteriums te rijden. Je kunt in groepsverband ook moeilijke wedstrijden rijden en dat is voor je opleiding gewoon heel belangrijk. Want met alleen kleine rondjes rond de kerk schiet je weinig op natuurlijk, hè. Dat is eindig.

En het is natuurlijk geweldig om internationale wedstrijden te rijden.

De ervaring die ze opdoen, dat is wat een ploeg als WPGA ze kan bieden.

Mij is opgevallen dat er afgelopen tijd helaas in het nieuws was dat wielrenners overleden zijn tijdens de koers. Is dat veranderd ten opzichte van vroeger?

Nee, ik denk dat het vroeger ook al zo was. De communicatievormen zijn anders dan toen: door het internet is het onmiddellijk in de publiciteit. En ik weet niet of je er iets aan kunt doen.

Maar de logistiek van de wedstrijd, het afzetten, de weg wijzen is wel heel belangrijk.

Zeker heel belangrijk! Maar helaas is het soms ook toeval van een ongeluk. Neem zo’n Lambrechts die in Polen in een bedding valt. En dan toevallig op een harde plek, heel ongelukkig. Dat soort dingen kun je niet voor zijn.

En vallen hoort bij de sport, dat zie je ook bij de professionals. Het seizoen van Tom Dumoulin is ook vroegtijdig geëindigd door een val.

Ja. En we moeten maar afwachten hoe zich dat herstelt.

Wilt u nog iets meegeven aan de leden van ASC Olympia?

Doe je best voor het wielrennen! 😊

 

Tien jaar geleden werd Bruno – na het beëindigen van zijn indrukwekkende carrière – geïnterviewd door de Volkskrant. Als je het leuk vind, kun je dat interview hier lezen.